Vissen

Kenmerken van vissen

Ongeacht welke klasse de vissen toebehoren, hebben ze allemaal wel een aantal kenmerken gemeen. En dat onderscheidt ze ook van de andere dieren. Hieronder beschrijven we deze kenmerken om zo een idee te krijgen van de kwaliteiten van een vis.

Koudbloedig: alle vissen zijn koudbloedig. Dit betekent dat ze hun eigen interne lichaamstemperatuur niet kunnen regelen. Er zijn wel vissen die warmbloedige trekjes hebben zoals bijvoorbeeld de tonijn- en makreelhaaien. Toch beperkt dit zich tot maar een aantal gebieden waardoor je ze nog steeds wel tot koudbloedig kunt rekenen.

Leven in het water: alle vissen leven in het water. Sommige leven in zoet water terwijl andere in zout water leven. Maar toch is het tegengestelde niet waar. Niet alle wezens in het water zijn vissen.

Kieuwen om te ademen: vissen hebben hun hele leven kieuwen om onder water adem te halen. Dit betekent niet dat alle dieren met kieuwen vissen zijn. Toch hebben de vissoorten meestal kieuwen waar de ademhaling mee gedaan wordt.

Vinnen om zich te bewegen: elke vis heeft vinnen om zichzelf voort te bewegen. De meest voorkomende hiervan is een staartvin. Daarnaast zie je ook de borstvin, rugvin en de anaalvin veel terug. De buikvin die op de buik zit en de vetvin bovenop de staart maken de vinnen compleet.

Zwemblazen: deze gespecialiseerde organen hebben meerdere doeleinden. Zo vullen ze zich met lucht om de vissen drijvend te houden. Daarnaast kunnen ze helpen om met weinig zuurstof ook te overleven. Wanneer er voedsel of een roofdier langskomt weten vissen hier alles van. Daarnaast helpt het de vis om te slapen.

Vis uitzonderingen

Op elke regel zijn er eigenlijk altijd wel wat uitzonderingen te vinden. Zo ook bij de vissoorten. Wellicht de bekendste hiervan is dat niet alle waterdieren die op vissen lijken als vissen beschouwd worden. Dolfijnen, walvissen en bruinvissen behoren tot de zoogdieren. De slijmprikken zijn geen gewervelde dieren en hebben ook geen schubben. Maar ze behoren toch echt tot de kaakloze vissen.

De mudskippers zijn amfibische vissen die ook buiten het water kunnen leven. En longvissen gebruiken, zoals de naam al zegt longen in plaats van kieuwen. Nog een voorbeeld zijn de prikken die geen gepaarde vinnen hebben en de tonijn die onder de warmbloedigen valt. Allemaal voorbeelden van uitzonderingen op het gehele verhaal. Maar over het algemeen kun je deze regels wel als basis aannemen.